In gesprek met…Tobias Reijngoud
schrijver Tobias Reijngoud

schrijver Tobias Reijngoud

“Een interview is een gemankeerd gesprek”

 

Op een winderig Zutphens terras spreek ik met schrijver & docent journalistieke vaardigheden Tobias Reijngoud. Niet zijn natuurlijke habitat, zo blijkt, waar ik veel beter bij hem thuis had kunnen afspreken, zo laat hij mij tijdens het gesprek/interview weten. Context maakt voor een gesprek namelijk verschil, zo leer ik. Tobias schrijft onder andere voor NRC, Trouw en doceert aan de Hogeschool Utrecht. Voordat ik Tobias ontmoette, zag ik hem geregeld in het voorbijgaan en bedacht me dat hij arts of leraar moest zijn. Van het klassieke type: voornaam, bedachtzaam en erg vriendelijk. Mijn inschatting op deze karakteristieken blijkt juist, al is hij dan geen arts. We voeren een “gemankeerd gesprek” over het gesprek gedurende twee cappuccino’s.

 

“Ik noem mijzelf liever een schrijver. Het woord journalist roept bij mij het beeld op van een hijgerig nieuwsjagertje en dat ben ik niet. Ik word gedreven vanuit de inhoud, omdat ik zaken wil verhelderen voor mezelf en mijn lezerspubliek. Bij de aanslagen in Brussel heb ik me verbaasd hoe het interview wordt gebruikt als krantvulling: gesprekjes met mensen op straat, een stukje met een terrorismedeskundige… Dat soort dingen. De mentaliteit is alsof je je als journalist niet hoeft te verdiepen in de geïnterviewde en kunt volstaan met een telefoontje voor een leuke quote. Ik noem dat luie journalistiek. Waarom is er geen enkele krant die, naar aanleiding van ‘Brussel’, met een serie echt goede en diepgravende artikelen komt over bijvoorbeeld de geschiedenis en de achtergronden van de Islam? Dat is veel interessanter dan de vlugge stukjes die je nu leest. Maar ook veel moeilijker. Misschien wel té moeilijk voor luie journalisten, die liever wat snelle en platte interviewtjes doen en daarmee de krant vol typen. Meningen op zichzelf zijn niet boeiend, het gaat erom op welke ideeën en gedachten die meningen gebaseerd zijn. Als journalist is je rol om die meningen te bevragen door er bijvoorbeeld een tegengestelde gedachte tegenaan te zetten, waardoor je meer- of in elk geval tweezijdige informatie geeft.”

 

Interview versus gesprek

“Als schrijver voer ik voortdurend gesprekken met mensen, vaak in de vorm van een interview. Een interview is bedoeld om iets te horen of weten van een ander. In die zin is een interview geen gelijkwaardig, maar eerder een gemankeerd gesprek. En toch, creëer je in een interview een nieuwe ruimte die enkel kan ontstaan door een wisselwerking tussen mensen. Het verschilt met een gesprek omdat een interview binnen een afgemeten tijd plaats moet vinden en zeer doelgericht en ingekaderd is. In een gesprek is het hebben van ruimte en tijd de basisconditie, bovendien ben je als gesprekspartners gelijkwaardig. Je bent samen op zoek naar antwoorden, waarbij je elkaar als het ware helpt om zaken helder te krijgen en tot een gemeenschappelijk beeld te komen, waaraan je beiden een bijdrage levert. Mijn ervaring is dat een interview waardevoller wordt naarmate het meer neigt naar een gesprek. Dat jij als interviewer ervaart dat jij leert van wat die ander jou vertelt. Één van mijn slechtste interviews ooit, leverde gek genoeg een prachtig verhaal op. Maar het was niet noodzakelijkerwijs het verhaal waarvoor ik gekomen was. Ik interviewde rabbijn Awraham Soetendorp. Mijn eerste vraag was: hoe kun je als individu een bijdrage leveren aan vrede? Welke innerlijke houding, welke levenshouding is daar voor nodig? Die vraag leverde een verhaal op waar de totale tijd van het interview mee gevuld werd. Maar het was zo’n prachtig verhaal waarin hij mij meenam in zijn leven en schetste hoe hij dit dankte aan de mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun huis en hart voor hem hadden opgesteld, toen ze hem als baby zonder ouders bij hen opnamen en lieten onderduiken. Zijn verhaal raakte me. Ik kon hem gewoonweg niet onderbreken door te zeggen: laten we even teruggaan naar mijn vragenlijstje.”

 

Op zoek naar goudklompjes

“Als interviewer is het in beginsel je taak om de leiding over het gesprek te houden. Je niet mee te laten voeren in het verhaal van de ander of dat verhaal zondermeer voor zoete koek te slikken. Het is de kunst om in het antwoord van de ander te horen dat er soms meer onder ligt dan er gezegd wordt. Dan is er een andere vraag nodig om dat antwoord tevoorschijn te halen. Daarom moet je als interviewer responsief en onderzoekend zijn. Er bestaat niet zoiets als een set van vragen die altijd goed is. Je bent als interviewer op zoek naar goudklompjes en daarvoor moet je delven. Niet per se voor jezelf, maar ook omdat je iemand tot een betekenis of inzicht wilt brengen dat er daarvoor nog niet was. Dan krijgt kennis verdieping.

De condities voor een interview zijn daarnaast ook belangrijk. Ik verdiep me meestal uitvoerig in de persoon of het onderwerp. Daarnaast zorg ik er ook voor dat ik altijd ruim op tijd ben om al rond te kunnen kijken en om de sfeer van de ruimte te ervaren. Wat staat er in iemand’s boekenkast bijvoorbeeld? Dat zijn mooie aanknopingspunten. Een paar jaar terug schreef ik het boek Volgers & Vormers, over de vraag waarom mijn dochter Fien – toen vier jaar oud – eigenlijk naar school zou moeten. Wat is eigenlijk de bedoeling van het onderwijs? In eerste instantie sprak ik met docenten af in het café. Maar dat bleek geen goede keuze, want de onderwijspraktijk was daar zó ver van verwijderd dat het lastig praten bleek. Dus terug naar het leslokaal, waar de docent direct in zijn rol zat en met gemak sprak. De meesten waren niet gewend om geïnterviewd te worden en namen mijn vraag ‘wat wil je kinderen leren?’ soms heel letterlijk en pakten er ter illustratie hun lesplan bij. Maar dat was niet mijn vraag, dus moest ik helder maken wat ik wilde weten. Het resultaat van die interviews was dat sommigen zich tot dat moment toe niet bewust waren waarom ze docent waren geworden. Hun eigen antwoord bracht henzelf een nieuw inzicht. Terugkijkend realiseer ik met overigens dat de interviews waarin ikzelf geraakt werd, mijn meest waardevolle interviews waren. Omdat er een verbinding tot stand kwam.”

 

En dan is het even stil…

“Eigenlijk vind ik dat praten en je mening geven overgewaardeerd worden. De verleiding is heel groot om je voortdurend te laten bijpraten via media en sociale media. Maar het aantal onvruchtbare dialogen die je daar voorbij ziet komen, doen mij beseffen dat stilte als tegenhanger van het gesprek misschien nog wel waardevoller is. Of het gesprek met jezelf, zo je wilt.

Afgelopen weekend fietste ik met mijn vrouw en dochter door het bos. Over een beukenlaantje. We zeiden niets tegen elkaar. Plotseling zag ik een prachtige stevige beuk, het zonlicht viel er op. Het was alsof iemand een sluier wegtrok en mij liet kijken naar iets dat groter was dan ikzelf. Op zo’n moment is stilte het beste wat je kan overkomen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *