In gesprek met…Paul de Blot
Paul de Blot, februari 2016

Paul de Blot, emeritus hoogleraar business spiritualiteit, Nyenrode University

“In duurzame organisaties zijn mensen doorlopend met elkaar in gesprek”

Het is een regenachtige dag in februari wanneer ik Paul de Blot (91 jaar) tref op Nyenrode University. De Blot is er vanaf 1979 werkzaam en bekleedt vanaf 2006 een leerstoel Business Spiritualiteit, sinds 2013 is hij met emeritaat, maar werkt er nog altijd. Nog wekelijks begeleidt hij studenten en zijn agenda kent weinig wit. De Blot is lid van de orde van Ignatius van Loyola, beter bekend als de Jezuïetenorde. Deze orde ziet de wereld als haar klooster en zet zich wereldwijd in voor mensen vanuit de vriendschapsgedachte, als een sociëteit van vrienden voor vrienden. Saamhorigheid, gehoorzaamheid, celibaat en armoede zijn hun leidende principes.

Wat is betekenis van gesprekken in uw leven?

“Ik ben al vijfendertig jaar ziekenhuispastor. Wanneer ik iemand bezoek, houd ik vaak iemands hand vast. Dat is genoeg. Ik spreek niet. Het gaat er om dat ik volledig aanwezig ben. Ik spreek dan ‘silent language’ . Dat is een zijnstaal waarop we elkaar als mensen dieper verstaan. De filosoof Levinas zei ooit: ‘In de ogen van de ander herken ik mijzelf in mijn verantwoordelijkheid voor de ander.’ Op zo’n moment is dát wat er gebeurt. Moeder en kind kunnen dit als geen ander. Ze hebben een connectie waarmee ze zonder te spreken, voortdurend met elkaar in gesprek zijn.”

Welke plaats heeft het gesprek binnen organisaties?

“In veel vergaderingen wordt maar 10% van de zaken die spelen besproken. Dat heeft te maken met het feit dat we in onze maatschappij beheerst worden door het denken. Wij mensen communiceren op drie niveaus. Slechts 10% van onze communicatie voltrekt zich op het denkniveau als een digitale taal, die transparant is en door de computer kan worden overgenomen. Voor 30% communiceren we op het non-verbale niveau en voor 60% op het zijnsniveau in verschillende vormen. Één van de zijnstalen is de stiltetaal, een communicatie door niets te zeggen; denk aan twee geliefden die elkaar enkel hoeven aan te kijken om te weten wat er bedoeld wordt. In onze vrijheid streven we naar groei, we willen steeds groter worden, maar vergeten dat groeien niet enkel grootschaligheid omvat maar ook kwalitatieve groei. We streven naar grootschaligheid om te kunnen groeien. Dat is een vergissing, want uiteindelijk draait het in organisaties om menselijke relaties. Daarin past juist kleinschaligheid met meer aandacht voor elkaar. In de zorg bijvoorbeeld krijgen patiënten of te veel of te weinig aandacht en zorg. Bij een overdosis zorg worden patiënten afhankelijk gemaakt en bij een onder-dosering krijgen patiënten juist te weinig aandacht en is er weinig contact. We denken dat deskundigheid hetzelfde is als zorgen voor. Zorgen voor een ander en voor onszelf is echter niets meer dan het onderhouden en voeden van de relatie.

In het Gildewezen waarin het meester-gezelprincipe werd gehanteerd bijvoorbeeld, vergaderde men niet. De meester onderhield met elk van zijn gezellen een persoonlijke relatie. En daarin zit ‘m voor mij de crux. Ik voer enkel persoonlijke gesprekken met mensen, onderhandel niet telefonisch en communiceer niet per e-mail. Het draait in contact altijd om de relatie, want de mens is een sociaal wezen. Veel organisaties zijn dit vergeten. Wat gebeurt er met mensen die niet als mens gezien worden, maar als onderdeel van de machine zonder te worden gewaardeerd? Die verliezen hun plezier. Dialoog is daarom een wezenlijk onderdeel van de relatie.”

Wat houdt deze dialoog in?

“Organisaties kunnen veel leren van de natuur als het gaat om dialoog. Het verhaal over de natuur is namelijk alomvattend. Het gaat om kleinschaligheid. De natuur past zich altijd aan op de naaste omgeving in een sterke samenhang om elkaar te voeden en te ondersteunen. De planten voegen zich naar het klimaat van de streek en de dieren aan het weer van de plaats. De natuur kent ook een sterke innerlijke kracht. Van duizend zaadjes blijven er uiteindelijk maar weinig in leven, zwakke dieren overleven het niet. In feite zijn organisaties op zoek naar hun kracht of innerlijke zekerheid om te overleven in hun eigen omgeving en het personeel wil eveneens overleven in de eigen organisatie. Dit overleven voltrekt zich in een wederkerige relatie met anderen, als een dialoog met of zonder woorden. Een dialoog is niets anders dan vragen stellen aan jezelf en uit elk antwoord vormt zich weer een nieuwe vraag, maar dan een vraagstelling op een dieper niveau en in een breder perspectief. Op die manier kan het gesprek over een oplossing van een probleem zich verdiepen tot een gesprek over voortgang, duurzaamheid en zingeving binnen de organisatie. Een streven naar overleving, wordt hierdoor op zijn best een streven naar duurzaamheid als zingeving. Daarom zijn binnen duurzame organisaties mensen doorlopend met elkaar in gesprek.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *